sensoren

AIRbezen is ooit gestart met één sensortype, namelijk de aardbeiplant. Voor AIRbezen@School hebben we ons repertoire aan sensoren duchtig uitgebreid. We willen leerlingen en leerkrachten namelijk de kans geven om zo veel mogelijk facetten van lucht en luchtvervuiling in kaart te brengen.

De meeste sensoren die we gebruiken zijn zogeheten “low tech sensoren”, wat wil zeggen dat ze weinig of geen technologie gebruiken om te meten. Alle sensoren zijn daarenboven “low cost“; ze kosten niet zo veel geld om aan te kopen en op te stellen. Natuurlijk betekent dat ook dat deze sensoren niet te vergelijken zijn met het zeer uitgebalanceerde hoogtechnologische materiaal dat de Vlaamse Milieumaatschappij gebruikt. De verzamelde data van de sensoren die we gebruiken voor AIRbezen@School geven eerder een indicatie over de lokale luchtkwaliteit en zijn vooral op grote schaal relevant. Bovendien hebben ze als doel om kinderen en jongeren kennis te laten maken met het concept luchtkwaliteit. De bedoeling van onze low tech meetstations is dus zeker niet om hoogtechnologische meetstations te vervangen, maar eerder om hierop een aanvulling te zijn.

Hieronder vind je de verschillende sensoren terug waarvoor we een protocol hebben uitgeschreven. In zo’n protocol vind je de uitgeschreven meetwijze en correcte manier om je sensor op te stellen en te gebruiken. Het is uiterst belangrijk om deze uitgeschreven methoden netjes te volgen. Alleen zo zijn de resultaten allemaal volgens dezelfde standaard, en alleen zo zijn de resultaten vergelijkbaar  met de resultaten van andere scholen.

Hoe stel je een meetstation op?

Tijdens onze AIRbezen-campagne in de lente meten we met alle sensoren tegelijkertijd. Dit omdat een deel van ons onderzoek gaat over de correlatie tussen de verschillende meetmethodes. Idealiter hangen of staan al je sensoren dus ook ongeveer op dezelfde plaats. Het staat je natuurlijk vrij om na de meetperiode opnieuw te gaan meten, of tijdens de meetperiode een extra meetstation op te stellen op een andere plaats en later de resultaten te vergelijken. Meer nog: dat moedigen we ten stelligste aan! Hoe je best meet en hoe je elke sensor opstelt, vind je terug in de specifieke protocollen.

Hoe dan ook is het uiterst belangrijk dat nauwkeurig bijgehouden wordt wanneer een sensor (of deze nu van karton, organisch materiaal of elektronisch is) wordt opgesteld en wordt neergehaald. Daarom hebben we dit jaar stickers ontwikkeld, die je naast of op je sensor kan kleven. De informatie die je daarop invult, blijft zo netjes bewaard bij je sensor. Wanneer je de sensor neerhaalt, kan je de info op de sticker gebruiken om ons alles correct door te geven. Handig toch?

Hoe stuur je je resultaten in?

Sommige stalen kan je naar ons opsturen om te laten analyseren. Hierbij is het belangrijk dat je bepaalde zaken goed in acht neemt. We zetten ze hieronder even op een rijtje.

  • Steek de stalen die je naar ons wil verzenden in de daarvoor bestemde papieren zakjes. Stalen die niet verpakt zijn in een zakje, kunnen we niet gebruiken. Bij elk soort staal moet je op bepaalde dingen letten. Lees er dus zeker het protocol goed op na.
  • Voorzie al je stalen van de juiste unieke code. Zonder deze code kunnen we het staal niet linken aan de juiste locatie, en kunnen we niets met het staal doen. Een voorbeeld van zo’n code is 20_2520_12345
    De opbouw van deze unieke code is als volgt:

    • 20 – jaar (voor academiejaar 2019-2020 gebruiken we 20)
    • postcode
    • XXXXX of XXXX – de code van jouw school, bestaande uit 4 of 5 cijfers. Soms komt dit overeen met de schoolcode van de Vlaamse Gemeenschap, soms niet.
    • XX – sensortype:
      • GR – glasraam
      • TB – tetrabrik-sensoren
      • NO – palmes diffusie buisjes
      • AP – aardbeiplantje
    • 00 – staalnummer (01 of 02)
  • Voor de correcte interpretatie van je stalen hebben we de juiste data nodig. Deze kan je aanduiden op de meetstation-sticker waneer je je sensor opstelt en afhaalt. Hou deze sticker goed bij, want later vragen we de informatie op. Waar letten we allemaal op?

    • locatie
    • datum en uur van opstellen
    • datum en uur van staalname
    • eventuele anomalieën
  • Stuur je stalen naar ons op in de voorgeadresseerde enveloppe die je in je Sensorkit vindt. Let op: je moet deze nog wel zelf frankeren. Als je deze enveloppe niet meer vindt, is dit het adres:
    • AIRbezen@school
      Universiteit Antwerpen
      Campus Groenenborger
      Groenenborgerlaan 171
      2020 Antwerpen
Aardbeiplantjes als fijnstofmeter

Benodigdheden:

  • Een aardbeiplantje. Wij verdelen deze kort voor de start van de AIRbezen-campagne.
  • Papieren zakjes om de stalen in op te bergen. Deze vind je in de Sensorkit.
  • Wat gekleurd touw of garen.

Werkwijze:

  • Wacht op het startschot van de campagne. Via mail en via onze social media kanalen wordt je op de hoogte gehouden over wanneer je het plantje precies moet buitenzetten.
  • Het plantje staat idealiter op het eerste verdiep op de vensterbank, aan de straatkant. Moest dit niet lukken, kies dan een andere plaats. Geef dit zeker aan wanneer je je staal binnenbrengt.
  • Zet het plantje indien mogelijk in een “cache-pot”; een sierpot. Deze zal ervoor zorgen dat je plantje steviger staat en dat het water dat je het geeft, niet direct uit de plastieken pot stroomt.
  • Duid 5 “mooi” samengestelde bladeren aan door een touwtje of wat garen losjes rond het steeltje te binden. Dit zullen je stalen zijn die je op het einde van de meetperiode naar ons opstuurt. Let op: een samengesteld blad bestaat uit 3 enkele blaadjes.
  • Vul de meetstation-sticker in en plak hem op of in de buurt van het plantje (niet op het plantje zelf natuurlijk).
  • Je plantje is klaar om te gaan meten!

Let tijdens de meetperiode op de volgende zaken:

  • Zorg ervoor dat het aardbeiplantje niet wordt aangeraakt gedurende de meetperiode. Het mag niet worden gepoetst of er mag niet worden over geveegd.
  • Geef je plantje voldoende water. In je Sensorkit zit een pin waar je een volle pet-fles water op kan bevestigen. In periodes van droogte kan deze je helpen om je plantje toch van water te voorzien.
  • Als je het plantje water geeft (wat je dus op gezette tijdstippen moet doen), let er dan op dat je het water over de grond rond het plantje giet, en niet over de bladeren.

Staalname:

  • Op het einde van de campagne moet je een staal naar ons opsturen. Wacht dus af tot je precies weet wanneer de campagne gedaan is.
  • Knip voorzichtig 5 samengestelde blaadjes af. Idealiter zijn dit de blaadjes die je in het begin van de meetperiode hebt gemarkeerd. Deze zaten namelijk gedurende de hele periode aan de plant. Het kan natuurlijk zijn dat daar iets mee gebeurd is. Geef dat dan zeker aan bij “anomalie”, en kies een ander samengesteld blad uit. In dat geval: hoe donkerder groen, hoe beter.
  • Steek deze 5 samengestelde blaadjes voorzichtig in een papieren zakje. Let erop dat je de blaadjes zo min mogelijk plooit: hoe platter, hoe beter.
  • Dit zakje voorzie je van de juiste staalcode die bestaat uit je door ons toegewezen schoolcode (20_postcode_ID van 5 cijfers) met het toevoegsel AP. Een voorbeeld van deze code is dus: 20_2520_12345_AP. Je unieke schoolcode vind je op je beveiligde schoolpagina.
  • De meetstation-sticker hou je voorlopig even bij; de informatie die daarop staat, zal je elektronisch moeten ingeven.
  • Steek je staal samen met de andere stalen die je ons moet bezorgen, in de voorgeadresseerde enveloppe. Let op: je moet deze nog wel frankeren! Stuur de enveloppe zo snel mogelijk naar ons op, zodat de blaadjes nog vers zijn als ze bij ons toekomen.
  • Klaar! Bedankt om ons je staal te bezorgen. Wij gaan ermee aan de slag in het labo.
Alcoholdoekjes als indicator

Benodigdheden:

  • Alcoholdoekjes. Deze zijn verkrijgbaar bij de apotheker, maar ze zitten ook in de Sensorkit. Je kan ook vochtige brillendoekjes gebruiken.
  • Eventueel de grijswaardeschaal die je in de Sensorkit vindt.
  • Eventueel een gsm om foto’s te nemen.

Werkwijze:

Deze activiteit is zeer geschikt voor kleinere kinderen. Wanneer je inleidend iets vertelt over fijnstof, geeft dat hen een kader. daarna kan je met de kinderen naar buiten gaan en op zoek gaan naar het meest vuile plekje, het meest propere plekje, …

  • Bepaal verschillende meetlocaties, bijvoorbeeld:
    • Aan de rand van de speelplaats
    • Aan de straatkant waar er veel auto’s passeren
    • Aan de straatkant waar er weinig auto’s zijn
    • In de buurt van een bos
    • In de buurt van een veld
  • Poets op elke locatie een vergelijkbaar glad oppervlak af: een of meerdere blad(eren), een stukje raam, …
  • Vergelijk de resultaten: waar is er meer stofafzetting, waar minder? Welke schaal krijgt je doekje als je het vergelijkt met de grijswaardeschaal?

Staalname:

  • Deze stalen kan je niet opsturen naar UAntwerpen.
  • Je kan ze wel in onze galerij posten: neem dan een foto van de doekjes die een goede indicator zijn en post deze met de juiste omschrijving op LINK
Glasramen als fijnstofmeter

Benodigdheden:

  • Alcoholdoekjes van 60 mm op 30 mm. Deze zijn verkrijgbaar bij de apotheker, maar je vindt ze ook in de Sensorkit.
  • Een stuk glas of een raam van ongeveer 20 cm op 20 cm..
  • Kleefband
  • Een geplastificeerde mal van 9 cm op 9 cm. Deze maak je door op een A4 een vierkant van 9 cm op 9 cm aan te duiden, het blad te plastificeren en het vierkant er uit te snijden.
  • De grijswaardeschaal die je in de Sensorkit vindt.
  • Papieren zakjes om de stalen in op te bergen. Deze vind je in de Sensorkit.

Werkwijze:

  • Bepaal verschillende meetlocaties, bijvoorbeeld:
    • Aan de rand van de speelplaats
    • Aan de straatkant waar er veel auto’s passeren
    • Aan de straatkant waar er weinig auto’s zijn
    • In de buurt van een bos
    • In de buurt van een veld
  • Zet op elke locatie een stuk raam neer, of kies op elke locatie een venster uit en markeer een vierkant op dit raam van ongeveer 20 cm op 20 cm.
  • Maak het glas proper en stofvrij.
  • Kleef onder of naast het glas een meetstation-sticker en noteer de precieze locatie en de startdatum van de meetperiode.
  • Zorg ervoor dat het gekozen glas niet wordt aangeraakt tijdens de meetperiode.

Staalname:

  • Noteer op de meetstation-sticker de einddatum van de meetperiode.
  • Neem de geplastificeerde mal en leg deze binnen in de afgeplakte zone van 20 cm x 20 cm.
  • Neem een vochtig alcoholdoekje en veeg het zichtbare stuk glas van 9 cm op 9 cm binnen de mal hiermee proper.
  • Je kan dit  alcoholdoekje met…
    • … de grijswaardeschaal; hoe grijs is het staal?
    • … alcoholdoekjes van andere locaties die je gemeten hebt.
  • Je kan je resultaat ingeven op je schoolpagina LINK
  • Je kan tot 2 stalen naar ons opsturen om te laten analyseren.
  • Steek elk staal in een apart papieren zakje. Let hierbij op dat je eerst je stalen in het papieren zakje steekt, dit daarna even laat drogen (de doekjes zijn vochtig) en pas daarna de zakjes voorziet van hun unieke staalcode. Anders zou het wel eens kunnen zijn dat je code onleesbaar is.
  • Dit zakje voorzie je van de juiste staalcode die bestaat uit je door ons toegewezen schoolcode (20_postcode_ID van 5 cijfers) met het toevoegsel GR (GlasRaam). Een voorbeeld van deze code is dus: 20_2520_12345_GR. Je unieke schoolcode vind je op je beveiligde schoolpagina.
  • De meetstation-sticker hou je voorlopig even bij; de informatie die daarop staat, zal je elektronisch moeten ingeven.
  • Steek je stalen samen met de andere stalen die je ons moet bezorgen, in de voorgeadresseerde enveloppe. Let op: je moet deze nog wel frankeren!
  • Klaar! Bedankt om ons je staal te bezorgen. Wij gaan ermee aan de slag in het labo.
Tetrabrik als fijnstofmeter

Benodigdheden:

  • Alcoholdoekjes van 60 mm op 30 mm. Deze zijn verkrijgbaar bij de apotheker, maar je vindt ze ook in de Sensorkit.
  • Een proper tetrabrik
  • Wat vaseline. We hebben een potje mee in de Sensorkit gestoken.
  • De grijswaardeschaal die je in de Sensorkit vindt.
  • Papieren zakjes om de stalen in op te bergen. Ook deze vind je in de Sensorkit.
  • (Dubbelzijdige) plakband en/of touw

Werkwijze:

  • Knip het tetrabrik open en knip 2 (of een veelvoud van 2) vierkantjes van 9 cm op 9 cm.
  • Vergelijk je karton met de grijswaardeschaal. Schrijf het overeenkomstige getal op een (of meerdere) meetstation-sticker.
  • Bepaal verschillende meetlocaties, bijvoorbeeld:
    • Aan de rand van de speelplaats
    • Aan de straatkant waar er veel auto’s passeren
    • Aan de straatkant waar er weinig auto’s zijn
    • In de buurt van een bos
    • In de buurt van een veld
  • Plaats op elke locatie 2 melkkartonnetjes. Dit kan door ze met dubbelzijdige tape ergens aan te bevestigen, of door voorzichtig een gaatje te maken in het karton en ze op te hangen met een touwtje.
  • Kleef bij elke locatie een meetstation-sticker met de “start-grijswaarde” en de precieze locatie en de startdatum van de meetperiode erop.
  • Zorg ervoor dat het karton niet wordt aangeraakt tijdens de meetperiode.

Staalname:

  • Noteer op de meetstation-sticker de einddatum van de meetperiode.
  • Haal de kartonnetjes voorzichtig neer en vergelijk ze met de grijswaardeschaal. Zijn ze grijzer geworden? Hoeveel?
  • Noteer het nummer dat op dit moment best overeenkomt met dat van de grijswaardeschaal.
  • Trek nu de beginwaarde (hoe grijs het karton in het begin was) van de huidige waarde af.
  • Vergelijk dit getal met de waarde die je krijgt uit andere locaties die je eventueel gemeten hebt.
  • Het getal dat het meest representatief is voor je school (dat het dichtst bij je meetstation staat) kan je ingeven op de website LINK.
  • Neem een vochtig alcoholdoekje en veeg de twee kartonnetjes van de meest representatieve plaats hiermee proper.
  • Deze 2 stalen kan je naar ons opsturen om te laten analyseren.
  • Steek elk staal in een apart papieren zakje. Let hierbij op dat je eerst je stalen in het papieren zakje steekt, dit daarna even laat drogen (de doekjes zijn vochtig) en pas daarna de zakjes voorziet van hun unieke staalcode. Anders zou het wel eens kunnen zijn dat je code onleesbaar is.
  • Dit zakje voorzie je van de juiste staalcode die bestaat uit je door ons toegewezen schoolcode (20_postcode_ID van 5 cijfers) met het toevoegsel TB (TetraBrik). Een voorbeeld van deze code is dus: 20_2520_12345_TB. Je unieke schoolcode vind je op je beveiligde schoolpagina.
  • De meetstation-sticker hou je voorlopig even bij; de informatie die daarop staat, zal je elektronisch moeten ingeven.
  • Steek je stalen samen met de andere stalen die je ons moet bezorgen, in de voorgeadresseerde enveloppe. Let op: je moet deze nog wel frankeren!
  • Klaar! Bedankt om ons je staal te bezorgen. Wij gaan ermee aan de slag in het labo.
Microscoopglaasjes als indicator

Benodigdheden:

  • Microscoop draagglaasjes. Deze zitten in de Sensorkit.
  • Wat vaseline. We hebben een potje mee in de Sensorkit gestoken.
  • Een sticker met een telrooster op. Ook deze vind je in de Sensorkit. Let op: elke sticker bevat 2 telraampjes. Je moet de sticker dus nog in twee knippen.
  • Een microscoop met oculair van 10x en objectief van 4x. Deze konden we jammer genoeg niet meeleveren.
  • (Dubbelzijdige) kleefband.

Werkwijze:

  • Bepaal verschillende meetlocaties, bijvoorbeeld:
    • Aan de rand van de speelplaats
    • Aan de straatkant waar er veel auto’s passeren
    • Aan de straatkant waar er weinig auto’s zijn
    • In de buurt van een bos
    • In de buurt van een veld
  • Kleef per meetplaats een draagglaasj met sterke kleefband op een verticaal oppervlak.
  • Wrijf het draagglaasje in met een dun laagje vaseline.
  • Kleef onder of naast het draagglaasje een meetstation-sticker en noteer de precieze locatie en de startdatum van de meetperiode.
  • Zorg ervoor dat het draagglaasje niet wordt aangeraakt tijdens de meetperiode.

Staalname:

  • Noteer op de meetstation-sticker de einddatum van de meetperiode.
  • Neem het draagglaasje voorzichtig van de meetplaats.
  • Kleef een telrooster op elk draagglaasje.
  • Leg het draagglaasje onder de microscoop.
  • Stel de vergroting in met een oculair van 10x en een objectief van 4x
  • Stel het beeld scherp tot op het telrooster en bekijk het staal.
    • Hoe groot is het fijnstof?
    • Zie je verschillende partikels?
    • Zijn er partikels van verschillende grootte?
    • Tel het aantal partikels < 10 µm. Dit zijn partikels < 0.010 mm. In ons telrooster van 1 mm x 1 mm kunnen 100 partikels naast elkaar van deze grootte.
    • Tel het aantal partikels < 2.5 µm. Dit zijn partikels < 0.025 mm. In ons telrooster van 1 mm x 1 mm kunnen 400 partikels naast elkaar van deze grootte.
Nova PM SDS011 als fijnstofmeter

Benodigdheden:

Normaal gezien zitten alle cruciale benodigdheden voor het maken van je fijnstof-sensor in een plastic zakje in je Sensorkit. We overlopen het eens hieronder:

  • Een draadloze microcontroller (1) Dit is een mini computer met een draadloze netwerkkaart die de eigenlijke sensoren zal aansturen, en de toegekomen informatie zal verzenden naar de database.
  • Een Nova PM SDS011 fijnstofsensor (2) Dit is je fijnstofmeter. Er zit een ventilator aan die lucht aanzuigt. In het mechanisme zit een laser die de fijnstof partikels meet: PM10 en PM2,5.
  • Een temperatuur- en luchtvochtigheidssensor (3) Ook dit klein stukje elektronica wordt aangestuurd door de microcontroller en zend zijn informatie naar daar door.
  • Een stukje buis van ongeveer 20 cm (4) Nodig voor verse luchttoevoer voor de Nova PM.
  • Enkele verbindingskabeltjes (5)
  • Enkele tiewraps (6)

Dit moet je zelf nog voorzien:

  • Eventueel elektriciteitsplakband
  • Een usb naar micro-usb kabel
  • Een stekker om je usb aan te sluiten op het net
  • Iets om je sensor te beschermen tegen weersinvloeden. Wij gebruiken hiervoor twee pvc moffen van 75 mm die in een hoek van 90° staan, maar dat kan ook een plastic doos zijn. Het internet biedt heel wat ideetjes.

Programmeren sensor:

Allereerst: je hoeft niet te kunnen programmeren, maak je dus geen zorgen! De informatie hieronder is overgenomen (en bewerkt) van Luftdaten; zij bieden kosteloos open-source firmware aan die al kant en klaar is voorgeprogrammeerd. Je hoeft deze alleen nog op de microcontroller te laden en te installeren. Als je toch nog vragen hebt, of iets is niet helemaal duidelijk, kan je ons zoals altijd contacteren. We organiseren ook workshops om samen met jou deze sensoren te bouwen. Kijk daarvoor bij nieuws.

Stap 1: Download en installeer het stuurprogramma

Voor de communicatie met de microcontroller heb je een usb2serial-stuurprogramma nodig.

Stap 2: Download en laad de firmware

Luftdaten heeft een “firmware flasher” ontwikkeld waarmee je alles in een paar klikken op je microcontroller zet. Je hoeft dus niet zelf te programmeren; dat doet deze firmware flasher voor jou. Deze flasher download je en laad je in het stuurprogramma.

Stap 3: firmware installeren

Via de flasher kan je je microcontroller programmeren, zodat die de sensoren kan aansturen en de data kan verzenden over het draadloze netwerk naar de database van Luftdaten. Op basis van deze database maken wij onze kaarten.

  • Sluit je microcontroller op de computer aan met een korte micro-USB-kabel (de kabel mag niet langer zijn dan 1 meter, anders kan de installatie mislukken).
  • Selecteer de nieuwste versie: “latest_nl.bin” (of een andere taalversie).
  • Klik op “Uploaden”.
  • Wacht tot het proces klaar is.
  • Nu kun je beginnen met het in elkaar zetten van je fijnstof sensor.

In elkaar zetten sensor:

Nu verbinden we de microcontroller met de Nova PM sensor en de temperatuur- en luchtvochtigheidssensor. Hiervoor gebruik je de kabeltjes die meegeleverd zijn in je Sensorkit.

  • Steek het stukje buis die in je Sensorkit is meegeleverd, op de luchtaanvoer van je Nova PM sensor. Dat is de uitstulping die je vlakbij de ventilator vindt.
  • Het verbinden van de onderdelen gebeurt volgens het onderstaand schema.
  • Verbinding tussen Nova PM SDS011 en microcontroller:
    • De pinnen zijn genummerd van RECHTS naar LINKS.
    • Zorg ervoor dat bij het aansluiten de kabels echt goed vast op de pinnen zitten. Indien nodig kan je ze met wat elektriciteitsplakband verstevigen.
      • SDS011 Pin 1 -> Pin D1
      • SDS011 Pin 2 -> Pin D2
      • SDS011 Pin 3 -> Pin GND
      • SDS011 Pin 4 -> Ongebruikt
      • SDS011 Pin 5 -> Pin VU
      • SDS011 Pin 6 -> Ongebruikt
      • SDS011 Pin 7 -> Ongebruikt
  • Verbinding tussen temperatuur- en luchtvochtigheidssensor en microcontroller:
    • De pinnen zijn genummerd van LINKS naar RECHTS, voorkant is het “rooster”.
    • Onze ervaring is dat zeker hier de kabeltjes wel eens van de pinnen durven afschuiven. Elektriciteitstape (of eventueel wat druppels superlijm) kunnen hier helpen de boel op z’n plaats te houden.
    • DHT22 Pin 1 -> Pin 3V3
    • DHT22 Pin 2 -> Pin D7
    • DHT22 Pin 3 -> Ongebruikt
    • DHT22 Pin 4 -> Pin GND
  • Alles vastzetten:
    • Voel voorzichtig aan de verschillende kabels en buisjes. Kan je een beetje morrelen aan je sensor zonder dat er elementen loslaten? Als dat niet het geval is, moet je aan de slag met superlijm of plakband.
    • Steek je micro-usb-voedingskabel in de microcontroller en bevestig microcontroller en Nova PM met een kabelbinder aan elkaar zodanig dat de WLAN-antenne weg wijst van de sensor en de usb-kabel over de Nova PM loopt:
    • Zet de temperatuur- en luchtvochtigheidssensor met een kabelbindertje vast op de luchtslang:

Maken van de behuizing:

Nu is je sensor in principe operationeel. Om hem te beschermen tegen de weersomstandigheden, moet je ‘m echter nog wel in een behuizing steken. WIj gebruiken hiervoor twee pvc buismoffen van 7,5 mm doorsnede en zetten onze sensor daarin zo vast dat het buisje langs onder verse lucht kan aanzuigen. Je kan echter ook twee gaten boren in een plastic doosje (eentje voor de luchtbuis en eentje voor je elektrische toevoer) en je sensor zo beschermen.

Verbinden van de sensor:

Nu moet je sensor nog aangesloten worden op het netwerk. Let op: omdat de microcontroller maar een relatief “simpel” toestelletjes is, kan hij niet overweg met een netwerk dat zowel een paswoord als een gebruikersnaam vereist. Sommige schoolnetwerken zullen dus niet geschikt zijn. In dat geval kan je aan je IT-beheerder vragen om een apart draadloos netwerkje te maken dat enkel voor de sensor dient en dat op onzichtbaar te zetten. Je kan ook eens horen in de buurt: misschien is er wel iemand die zijn of haar thuisnetwerk wil openstellen en het paswoord wil doneren voor de goede zaak?

  • Sluit je sensor in zijn behuizing met de usb kabel aan op de netvoeding.
  • Je sensor zal proberen verbinding te maken met het internet volgens de configuraties die zijn ingegeven. Daar hij die nog niet heeft, zal dat de eerste keer niet lukken.
  • Omdat dit niet lukt, opent de sensor zelf een netwerkje met de naam fijnstaubsensor-XXXXXX (nummer, het ID van je sensor).
  • Verbind met dit netwerk.
  • Nu opent er een pop-up zoals je hieronder ziet. Als dat niet het geval is,open je je browser en ga je naar http://192.168.4.1/ om de de sensor te configureren.
  • Noteer de ID die je ziet in de pop-up. deze heb je nodig om je sensor te registreren.
  • Klik op het netwerk waarmee je de sensor wil laten verbinden.
  • Geef het paswoord in.
  • Druk op enter. De pop-up verdwijnt nu en het netwerk is niet meer toegankelijk.
    • Let op: wanneer de configuratie van de sensor is afgerond is deze pagina niet meer toegankelijk. Schrijf dus zeker goed je ID op. indien nodig kan je de pagina terug bereiken door uit het bereik van je netwerk te gaan, waardoor je de sensor forcert terug een configuratiepagina te openen.
    • Let op: het kan enkele pogingen kosten om je sensor met de WiFi van het thuisnetwerk te verbinden. Wees alsjeblieft niet ongeduldig en probeer het totdat het werkt.
    • Nota: de chip kan ook via een smartphone worden geconfigureerd
  • Je kan de sensor na ongeveer 10 minuten op de volgende pagina’s worden testen. Zoek op deze pagina’s naar de ChipID.

Klaar! Je kan beginnen met meten!

Wij zullen je binnenkort contacteren om ons je sensor-ID door te geven.